maandag 16 april 2012

Adelaide - Perth


Eerst en vooral (en ondertussen al veel te laat); we hebben de Nullarbor Plain overleefd en zijn nu dus al ongeveer een maand in West Australie!

Net voor we aan de echte lange en eenzame rit door de Nullarbor begonnen vonden we het hoog tijd dat we ons eens trakteerden op een extra’tje, aangezien we de voorbije maanden toch “redelijk” zuinig waren geweest. In Baird Bay, een dorpje dat bestaat uit 1 straat, is er een koppel dat sinds 1991 mensen mee op zee neemt om te gaan zwemmen met zeeleeuwen en (als je geluk hebt) dolfijnen. Omdat deze trips langs de westkust zeer populair zijn en als gevolg dus ook redelijk duur, hadden wij de rit naar Baird Bay gemaakt om voor een prikje ons te wagen aan dit avontuur.

De ochtend van 17 maart stonden we vroeg en vol adrenaline op om ons klaar te maken voor “the big swim”. We waren in het totaal met 9 die meegingen met de boot en na het passen van onze wetsuits konden we vertrekken. Allereerst gingen we met de boot naar een plek waar de dolfijnen regelamtig gespot worden, met de hoop dat ze ook die dag er zouden zijn. We hadden geluk! Toen de dolfijnen in zich waren moesten we zo snel mogelijk het water in en met onze “heads down in the water”! Het was geweldig, de dolfijnen zwommen zonder angst onder en naast ons...  Omdat Allan (de kapitein en organisator van de trips) erop stond ons de dolfijnen nog beter te laten zien werden we iets dieper de zee ingebracht. Hier konden we opnieuw genieten van een zwem met de dolfijnen. 

Na de dolfijnen was het de beurt aan de zeeleeuwen. De kolonie zeeleeuwen bevond zich op een klein eilandje waar we rustig heen dobberden en al van op een afstand werden verwelkomd door de spelende en nieuwschierige zeeleeuwen. Een voor een sprongen, liepen en slopen ze het water in om ons van dichter bij te komen inspecteren. Na een warme chocolademelk en koek mochten we zelf het water in om met de beestjes te spelen (ja het zijn echte speelberen!). De boot lag aan anker dus we konden eruit en erin wanneer we maar wilden.

Hierna zijn we nog 1x naar de dolfijnen gegaan. Dit keer waren er ongeveer een 15 a 20 tal dolfijnen, waaronder 3 moeders met hun baby’s. Derde keer, beste keer!
Na ons avontuur was het tijd om aan onze tocht door de Nullarbor te beginnen. Behalve de hitte, eenzaamheid, eentonigheid en de vele vele vele kilometers valt er bitter weinig te schrijven of te vermelden over onze tocht naar het westen. Oh ja, behalve dat het maar weer bewezen is dat je tegen de vroege avond beter niet meer achter het stuur kruipt aangezien de kangeroes dan op stap gaan en niet uitwijken voor auto’s!

Onze eerste echte stop in de bewoonde wereld was in Esperance. Hier konden we eindelijk weer eens een Woolworths (Delhaize van Australie) binnen en gebruik maken van de faciliteiten van een bibliotheek (stroom en internet). Rond Esperance zijn er schitterende nationale parken, maar omdat het weer ons niet mee zat hebben we deze (spijtig genoeg) niet bezocht. Wat we wel konden doen was een bezoekje brengen aan Sammy the Sealion (plaatselijke inwoner) en reden we een stukje van “The Ocean Drive”, een rit langs prachtige stranden rond Esperance.

Van Esperance zijn we via Ravensthorpe naar Albany gereden en vervolgens naar Denmark. Denmark was voor ons ‘een toppertje’. Het is een klein maar gezellig dorpje met vele kleine winkeltjes en lekker ruikende koffiehuisjes, maar vooral een strand dat niet mag worden overgeslagen. Aan Ocean Beach is het strand parelwit en het water appelblauwzeegroen en als je geluk hebt (zoals wij) zwem en surf je er tussen de dolfijnen. Een local wist ons te vertellen dat het de eerste keer was in de 18 jaar dat hij daar werkt (voor de surfschool) dat de dolfijnen samen met de surfers golven namen. And he said: “We have so much more to learn from them”.

Onze volgende stop was The Valley Of The Giants, een van de weinige plaatsen waar je gigantische Tingle –en Karribomen kan spotten. Hier kan je je wagen aan `The Tree Top Walk`, maar omdat de Australiers graag veel geld verdienen aan toeristische attracties hebben we deze niet gedaan. Ter vervanging hiervan gingen we mee met een begeleide (deze dan wel gratis) rondleiding door een stukje van het woud. Later die dag zijn we gaan wandelen in Warren National Park, waar je in de Bicennential Tree (75m) kan klimmen. Ja, Niels is helemaal tot boven geklommen!

Onze eerste en hopelijk laatste platte band hadden we op de weg van Pemberton naar Augusta. Maar omdat de auto op een ondergrond stond bestaande uit zand en steentjes kregen we de krik er niet onder. Gelukkig zijn de Australiers super vriendelijk en rijden ze allemaal met een 4x4, die opblaaszakken (hadden wij nog nooit gezien) als krik hebben, waardoor we na 15 minuten verder konden rijden...

Na ons kort bezoekje aan Augusta zijn we door gereden naar Margaret River. Zowel het dorpje als de hele regio rond Margaret River is de moeite waard. Margaret River heeft een gezellig dorpscentrum, enkele prachtige stranden en een aantrekkelijke wijnregio. 

We zijn via Yallingup en Dunsborough naar Busselton gereden. Hier zijn we eindelijk naar een “tyre centre” gegaan om een nieuwe band te kopen en onze oliefilter te laten vervangen. De dag nadien hebben we de vernieuwing van onze REGO betaald, opnieuw een hele smak geld! Misschien dan toch nog een weekje gaan werken om niet met lege handen naar Belgie terug te keren?

De weg van Burbury tot Rockingham was vrij teleurstellend. De dorpjes zelf hadden niet veel charme, dus reden we door naar Fremantle, een stadje net onder Perth. Hier zijn we in het totaal 5 dagen gebleven, omdat er een leuke sfeer hing door het(paasweekend) straattheaterfestival. We hebben er genoten van de losse sfeer, het prachtige weer, het mooie South Beach en natuurlijk het theater. De eerste nacht in “Freo” brachten we door bij Teresa. We hadden op Gumtree een advertentie gezien van iemand die werkers en reizigers een bed aanbood voor slechts 10 dollar per persoon. Omdat wij graag eens iets anders wilden proberen en onze was een moesten doen, zijn we hierop ingegaan. We kregen uiteindelijk beide een sofabed in het salon in een huis dat “niet echt proper was” en waar nog 2 meisjes van Estland en 3 Australische jongens (waarvan 1 leek op een mengeling van Benny uit Het Geslacht De Pauw en de dikke uit Lost) verbleven. Teresa zelf was heel vriendelijk, maar vooral heel raar! Zo sliep ze die nacht buiten bij haar kippen...

Na Fremantle zijn we naar Cottlesloe getrokken, vanwaar we de trein konden nemen naar het centrum van Perth. Perth zelf is niet zo een grote, maar wel een leuke stad. Door de straten en het stadspark slenteren, winkeltjes doen, pic-nic’en,... That’s what we do best!

Foto's Western Australia: