donderdag 22 december 2011

New Zealand I

Toen we van het vliegtuig stapten in Christchurch werden we meteen met onze neus op de feiten gedrukt: we waren allesbehalve voorbereid op NZ. Teenslippers en t-shirts waren helemaal niet geschikt voor het weer dat te vergelijken valt met een Belgische winter...

De volgende dag trokken we onze warmste kledij aan om in ons Spaceship (Toyota met bed en gaskooker) Christchurch te verkennen. We waren onder de indruk van de stad die bijna 10 maanden geleden getroffen werd door enorme aardbevingen. Het stadscentrum was volledig afgesloten en zoveel maanden later was het nog voelbaar dat zich hier een drama had afgespeeld. Er waren ingestorte gebouwen, winkels waarbij alles de grond op lag,... Toch was het duidelijk dat het leven verder gaat, zo maakten winkeliers van containers gezellige boutiques.

Wanneer we vervolgens een eerste keer op zoek gingen naar 1 van de verschillende gratis DOC-kampplaatsen zagen we meteen hoe prachtig en veelzijdig de natuur hier is. Gelukkig kan het hier niet alleen koud zijn, enkele uren later kan de zon branden op je huid. Wat geplons in een kristalhelder riviertje werd onderbroken door gekrijs door Roxane. Haar dikke teen leek een smakelijk tussendoortje voor een pikzwarte aal van ongeveer 30cm...Gelukkig viel de schade heel goed mee en konden we vervolgens van Amberley naar de westkust trekken via de Arthurs Pass. Het uitzicht op de bergen was schitterend en de kleine dorpjes gezellig. Een perfecte gelegenheid om onze stapschoenen aan te trekken. Maar het kan blijkbaar spectaculairder in NZ, want de volgende dag bezochten we de Fox en Franz Josef Gletsjers.

Aangezien we ons Spaceship tegen 29 december moeten binnenbrengen in Auckland ($ interessante relocation deal) gingen we verder richting Wanaka. Zowel Wanaka (mini versie van Queenstown) als Queenstown zijn beide leuke en gezellige stadjes aan een enorm meer. Het zonnetje scheen die dag dus dat maakte het nog beter!

Te Anau, de volgende stop, was het laatste dorpje op de (lange) weg richting Milford Sound.Het dorpje zelf hebben we terzijde gelaten aangezien we ons zo vroeg mogelijk wilden wagen aan de weg naar “het paradijs” (Milford Sound). De boekjes en de informatiebrochures liegen niet wanneer ze zeggen dat de rit richting Milford Sound adembenemend mooi is. In Milford Sound zelf hebben we de boot genomen omdat je zo de Fjorden het best ervaart. Omdat er geen woorden zijn om te beschrijven hoe mooi het was, laten we jullie meegenieten via de foto’s.

Vliegensvlug met ons Spaceship naar het noorden getrokken om ook hier nog wat de toeristen uit te hangen en te genieten van al wat het noorden ons te bieden heeft.

maandag 5 december 2011

East Coast III

Het is alweer meer dan 2 weken geleden en dus dringend tijd om onze blog up te daten..

Na Rainbow Beach zijn we naar Tin Can Bay gereden. Hier kan je ’s ochtends vroeg wilde (maar ondertussen al heel gewoon aan al dat mensenvolk) dolfijnen voederen. En.. dat moesten wij dus natuurlijk ook eens gedaan hebben! Gympie was onze volgende korte stop, aangezien we hier in het postkantoor onze REGO-sticker hadden naar laten opsturen. Vanaf nu rijden we eindelijk ‘legaal’ op de Australische wegen!

Onderweg naar Brisbane zijn we nog gestopt in Noosa (het Saint Tropez van Australie), Yandina (een boerengat) en Beerwah (waar familieruzies op rustige campplaatsen normaal zijn). In Brisbane zijn we 2 dagen en 1 nacht gebleven. Overnachten op de parking van een jeugdherberg is een goede manier om gratis te overnachten in een stad... Na bijna 2 maanden geen grote stad meer te hebben gezien deed het ons beide deugd in Brisbane te zijn. Wel moesten we opnieuw wennen aan het verkeer en de drukte van een stad.

Vervolgens zijn we vanuit Brisbane doorgereden naar Surfers Paradise. Dat wat een aangenaam strandstadje had kunnen zijn werd overschaduwd door dronken, uitbundige en luidruchtige tieners. Hadden we maar geluisterd naar de wijze raad van het oud vrouwtje in het informatiecentrum die ons waarschuwde voor de drukte van “schoolies-week”. Dit is de 1e week van de grote vakantie waar alle afgestudeerde jongeren badsteden doen lijken op Lloret Del Mar. Maar we hebben het overleefd!

De volgende tussenstop was Springbrook, het tegengestelde van wat we de voorbije dagen hadden gezien. Namelijk een prachtige groene natuur ongeveer 30km in het binnenland met watervallen en “scenic drives”. Een streling voor het oog!

De volgende dag zijn we over de grens gereden (van Queensland naar New South Wales) richting Byron Bay, waar onze Belgische croc-vriend aan het werk is. Na 2 leuke dagen vol Eddy Wally en Sammy Thange imitaties (binnenpretje) moesten we afscheid nemen van Bruno en onze trip richting Sydney verder zetten.

1 December 2011, de dag dat ik voor het eerst mijn verjaardag in de zomer kon vieren werd uiteindelijk opnieuw een koude en natte dag... Maar niet getreurd, de koala’s in het koalaziekenhuis, de zelfgemaakte tapas, de warme (!) douche en de rustige nacht op de camping “made my day”. En natuurlijk was dit een super verjaardag omdat ik hem kon doorbrengen in Australie met Niels!

Tenslotte nog enkele handige tips:

1.       Niet betalen voor een camping in een Nationaal Park (lees vroeg opstaan en voor de rangers komen wegwezen) heeft zo zijn voordelen. Ten eerste, alweer dollars gespaard en ten tweede, wilde dolfijnen spotten tijdens het ochtendloopje op het strand!

2.       Laat nooit de deuren van je auto te lang open of je wordt wakker naast een grote en enge spin (ja, groter en enger als de spinnen in Belgie). Zie foto op Facebook.

3.       Newcastle is zoals de naam al doet vermoeden, niet “echt” een Australisch stadje. Raar om precies even in Engeland te zijn...

4.       Als het in Sydney in december even warm is als in Belgie klopt er duidelijk iets niet. Met 18 graden is de start van de zomer in Sydney al meer dan 50 jaar niet meer zo koud geweest.

We zijn nu ter hoogte van Sydney, meer bepaald in Manly, om ons klaar te maken voor een nieuw avontuur in Nieuw-Zeeland.

Groetjes en tot snel!